Als psychologe behandel ik diverse vraagstukken, maar zoals het elke hulpverlener betaamt heb ik ook zo mijn ‘specialisme’ of klachten cq vraagstukken waarin ik meer bedreven ben. En laat dat bij mij nou net traumatiek betreffen. Geen lichte kost. En dat weet mijn omgeving, en ik zelf ook als geen ander. Het geeft veel voldoening om iets voor deze mensen te betekenen. Maar het gaat gepaard met enkele consequenties. Want ik (althans ik doe mijn best) help mensen, maar ik hoor, ervaar en herbeleef alles zelf ook mee. Dus wie helpt mij?

 

In 2012 was het zo ver. Ik begon aan mijn Master in Maastricht en daarmee gepaard begon het praktijkgedeelte, een klinische stage. Al in het laatste jaar van mijn Bachelor mocht ik solliciteren. Vanzelfsprekend wilde ik de klinische richting uit en vanwege mijn juridische achtergrond (want ja, op een blauwe maandag ook nog 2 jaar een poging tot Rechten gedaan) ging mijn voorkeur naar de forensische psychiatrie. Ik mocht op gesprek komen bij drie gesloten jeugd inrichtingen in de omgeving van Maastricht en bij de Bijlmerbajes in Amsterdam. Never, nooit, niet, had ik gedacht dat ik daar uiteindelijk zou worden aangenomen.. Maargoed, blijkbaar straalde ik als 21-jarige Zuiderlinge toch iets goeds uit. Want ik mocht zowel mijn klinische als mijn research stage daar doen (lees: 10 maanden stage in een gevangenis). Dus, in augustus kon ik mijn hele leven omgooien en verhuizen van het mooie Zuiden naar de Hoofdstad. Wat een jaar was dat. Vier dagen intern in een gevangenis, om vervolgens 2,5 uur op donderdagavond naar het Zuiden te treinen, en op vrijdag de gehele dag colleges volgen. Mezelf denk ik tien keer tegen gekomen dat jaar. Maar zo intens veel geleerd, en mijn passie voor ‘zwaardere’ problematiek was geboren. De stoornissen, de criminaliteit, het intrigeerde me. Tijdens mijn stage werd me dan ook een baan aangeboden en heb ik ook nog een hele poos in de PI in Zwolle rond gehobbeld.

Dit gevangenis avontuur ging me niet in de koude kleren zitten. En dat heeft mijn omgeving geweten. Je leeft daadwerkelijk ‘binnen’ de muren, zonder toegang tot (social) media of je telefoon. Je hoort dus enkel wat er in de PI gebeurt, totdat je daarna de deur weer uitloopt en je telefoon weer in handen hebt. Het is dan even ‘afschakelen’ in de trein of op de fiets en dan je huishouden weer oppakken. Kortom, je zult wel begrijpen dat ik ietwat afgestompt werd in mijn emoties. Nog steeds intens veel respect voor mijn toenmalige vriend, want die kreeg vaak de volle lading als ik thuiskwam, want afschakelen kon ik op zijn zachtst gezegd niet zo goed in het begin. Om na enkele maanden omgetoverd te zijn tot een ware IJskoningin. Het werd dus op een gegeven moment tijd om afscheid te nemen van de PI.

Maar ik bleef geïntrigeerd in bepaalde klachten en mijn nieuwe baas vond mij dusdanig capabel om me maar te blijven inzetten voor trauma gevallen. Gelukkig wel met de daarbij behorende post-doctorale opleidingen. De politiemensen, ambulance medewerkers, marechaussee en de Landelijke Eenheid, medewerkers met een trauma, meld u zich maar! Het werk was zwaar, maar gaf me ook veel voldoening. Want traumatherapie is effectief (zie hier) en geeft vaak ook al redelijk snel positieve resultaten (zie hier uitleg over de therapie). Echter, jij als therapeut hoort, ervaart en herbeleeft dus samen met de client het gehele trauma. En dat viel me af en toe toch zwaar. Ook hier nam ik geregeld dingen mee naar huis, en raakte ik verhard en kil. Dus ook hier nam ik afscheid.

Nu, achteraf, terwijl ik 30 ben, kan ik erop terugkijken als een zeer leerzame periode. Ik was ook nog (vind ik zelf) erg jong om te starten in zo’n omgeving. Maar, wat heb ik veel geleerd. Het heeft er allemaal aan bijgedragen waar ik nu sta. Gegroeid, bijgeleerd, bijgestudeerd, wijzer geworden door intervisie en supervisie. En als persoon (blijft een cliche) komt wijsheid ook met de jaren. Want nu word ik gevraagd voor zware traumatische gevallen door heel Nederland en herbeleef ik trauma’s in woonkamers van gezinnen, maar kan ik er beter mee omgaan. Begrijp me niet verkeerd, het valt me nog steeds zwaar. Want je raakt ook emotioneel betrokken, je bouwt een band op. En ik ben ook niet van steen. Maar ik heb betere uitlaatkleppen gekregen. Waar ik vroeger nog verviel in negatieve gewoonten (lees: vul zelf maar in), sport ik het er nu uit, schrijf ik het van me af, en bespreek ik trajecten tijdens supervisie en intervisie.

Want ja, therapeuten hebben ook hun eigen therapeuten nodig. Want het valt niet altijd mee om dag in, dag uit, geconfronteerd te worden met andermans problemen. Gelukkig heb ik goede vrienden en familie waarbij ik af en toe volledig mijn frustraties en emoties eruit kan gooien, want het kan me af en toe nog te veel worden. Maar daarnaast bestaat ook zoiets als supervisie en leertherapie, want je bespreekt niet alles met je eigen omgeving. Ik hou van mijn werk, haal er enorm veel voldoening uit, maar af en toe wil ik zelf ook geholpen worden. En ik wil niet meer die IJskoningin worden, dus durf kwetsbaar te zijn. Durf je emoties te tonen en durf om hulp te vragen.

Niet een geheel wetenschappelijke cq psychologische blog, maar een persoonlijke uitlaatklep, want ook ik heb die nodig!

Liefs,
Michelle